Verklaring in antwoord op vragen over ‘Study on Cruise Ship Air Emissions’ van Transport & Environment (persbericht)

7 juni 2019 - 10:52

BRUSSEL - CLIA en haar leden-cruisemaatschappijen engageren zich voor een emissievrije toekomst, net zoals de hele maritieme sector. Zelfs al vertegenwoordigt de cruisesector nog geen 1% van de scheepvaart, we boeken elke dag vooruitgang om dit doel te bereiken, maar het zal tijd vragen.

De cruisesector is een pionier inzake het gebruik van technologie voor de reiniging van uitlaatgassen (EGCS). Daardoor heeft de EGCS-industrie zich verder ontwikkeld om de uitstoot van zwavel te helpen verminderen tot onder de voorgeschreven grenswaarden en de uitstoot van fijnstof in de hele scheepvaart terug te dringen. Momenteel zijn 111 cruiseschepen, met een capaciteit van meer dan 305 000 passagiers, uitgerust met EGCS. 12 andere schepen worden momenteel omgebouwd met EGCS, nog eens 30 schepen zullen weldra worden omgebouwd, en 27 nieuwe schepen, met een capaciteit van bijna 100 000 passagiers, zullen eveneens over EGCS beschikken.

Daarnaast is de cruisesector ook een early adopter van LNG. Meer dan een derde van alle nieuwe schepen in aanbouw, in totaal 25 schepen, zullen LNG als voornaamste brandstof gebruiken. Momenteel gebruiken twee schepen LNG in de havens, met een lagere uitstoot in de havensteden als gevolg. Ruim 70% van de cruisevloot – 152 schepen – zijn al ‘dual fuel’ schepen, die alternatieve brandstoffen kunnen gebruiken zoals methanol en biodiesel, naast traditionele fossiele brandstoffen. Sommige kunnen zelfs hun voedselafval omvormen tot brandstof.
Geen enkele andere scheepssector haalt deze percentages voor EGCS en LNG. Overigens zijn die percentages niet volledig beoordeeld in de analyse van Transport & Environment.
De cruisesector beantwoordt de vijf aanbevelingen van de studie als volgt:

  • Uiteraard zijn we het erover eens dat er een ‘level playing field’ zou moeten bestaan tussen walstroom en fossiele brandstoffen die aan boord worden gebruikt. De invoering van een tijdelijke vrijstelling van elektriciteitsbelastingen door de EU wordt heel actief gesteund door de cruisesector. Scheepsbrandstoffen zijn geen kwestie van alleen de EU, maar van de hele wereld, en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) zet zich actief in om broeikasgasemissies van schepen te beperken en de nodige maatregelen voor te stellen, in overeenstemming met de verwachtingen van de EU.
  • Wat een nul-emissiestandaard voor aanlegplaatsen betreft, zou het afhangen af van specifieke lokale omstandigheden of walstroom al dan niet een goede investering is. We moeten voor ogen houden dat, voor een doeltreffende emissiebeperking, walstroom afkomstig moet zijn van schone, efficiënte bronnen en bijvoorbeeld een effectieve optie moet zijn in vergelijking met LNG of EGCS. Bovendien bestaat er momenteel niet één verbindingssysteem dat overal gebruikt wordt, waardoor het moeilijker is voor onze leden om in deze technologie te investeren. Tegenwoordig zijn 55 cruiseschepen, ruim 27% van de totale capaciteit, uitgerust met systemen om, waar mogelijk, walstroom te gebruiken. Nog eens 11 schepen zullen met deze systemen worden uitgerust en ook 17 nieuwe schepen zullen erover beschikken. Momenteel hebben evenwel maar 13 havens die CLIA-cruisemaatschappijen bezoeken, minstens enige capaciteit om walstroom te gebruiken: Brooklyn, Halifax, Hamburg Altona, Montreal, San Diego, San Francisco Berth 35, Los Angeles, Long Beach, San Pedro Berths 92 & 93, Seattle, Shanghai, Vancouver Canada Place, en Juneau. Massale investeringen zijn nodig, vooral in Europa, om deze aanbeveling te verwezenlijken.
  • De uitbreiding van de standaarden van de zwavelemissiecontrolegebieden (SECA) naar de rest van de zeeën in de EU zal tijd vragen en in overeenstemming met het huidige regelgevende kader zouden we graag bevestiging krijgen dat zowel open- als gesloten-lus EGCS worden toegelaten, dat LNG en andere alternatieve brandstoffen worden ondersteund en ontwikkeld, en dat ze fysiek beschikbaar zijn voor gebruik. Voor een koploper als de cruisesector zijn investeringszekerheid en voorspelbaarheid van toekomstige verwachtingen van cruciaal belang. Uiteraard zou elk nieuw SECA moeten worden voorgesteld volgens de internationaal overeengekomen IMO-procedures voor dergelijke gebieden.
  • De sector heeft zich in het verleden niet verzet tegen de ontwikkeling van een financieel mechanisme zoals het Noorse NOx-fonds. Het getuigt van een vrij simplistische benadering enkel te stellen dat “schepen SCR-systemen en dieselroetfilters kunnen gebruiken om hun NOx en PM te beperken”, aangezien hierbij geen rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid ervan, de mogelijkheid om huidige schepen om te bouwen en de nodige financiële investeringen. De massale investeringen in emissiebeperkende technologieën van CLIA-leden zijn ook niet gesteund door het Noorse NOx-fonds, aangezien geen enkel CLIA-lid tot nog toe financiële steun heeft ontvangen.
  • Ten slotte is de ontwikkeling van een nul-emissiegebied een lovenswaardig streven, maar dat moet duidelijk worden gedefinieerd en doordacht. CLIA en haar leden zouden graag meewerken om dit scenario verder te onderzoeken en te bouwen aan een schoner Europa voor al onze burgers.

Tot besluit juichen we de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties in deze discussie toe, maar zijn we teleurgesteld dat Transport & Environment deze interne analyse heeft gepubliceerd, die door haar eigen personeel is uitgevoerd, zonder bespreking of inbreng van de cruisesector of de bestemmingen die we bezoeken. We vrezen ook dat de resultaten ervan zijn gepubliceerd zonder enig academisch toezicht of peer review. De rangschikking is ook enkel gebaseerd op veronderstellingen en niet op metingen, en houdt geen rekening met het gebruik van emissiereductietechnologie op de schepen. Bij de gebruikte methodologie om de resultaten te berekenen is evenmin een wetenschappelijk solide proces gevolgd.

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels.

Copyright Reismedia BV 2019